gr7ich
 
(Advertentie)
Zoeklicht maakt lezen leuker!
Korte hoofdstukken en dyslexievriendelijk lettertype.
(Advertentie)

Wilhelmus van Nassouwe

ben ik, van Duitsen bloed,

den vaderland getrouwe

blijf ik tot in den dood.

Een Prinse van Oranje

ben ik, vrij, onverveerd,

den Koning van Hispanje

heb ik altijd geëerd.

 

 

Mijn schild ende betrouwen

zijt Gij, o God mijn Heer,

op U zo wil ik bouwen,

Verlaat mij nimmermeer.

Dat ik doch vroom mag blijven,

uw dienaar t'aller stond,

de tirannie verdrijven

die mij mijn hart doorwondt.

Halleluja, looft God in zijn heiligdom,

looft Hem in zijn machtig uitspansel;

looft Hem om zijn machtige daden,

looft Hem naar zijn geweldige grootheid.

 

Refrein:

Alles wat adem heeft, love de Here.

Halleluja, halleluja.

Alles wat adem heeft, love de Here.

Halleluja.

Dank U wel Voor de sterren en de maanDank U wel Voor het groeien van het graanDank U wel Voor de dieren in de weiDank U wel Dat U steeds weer zorgt voor mij

 

Dank U wel Voor de bloemen in het grasDank U wel Voor de vissen in de plasDank U wel Voor de bossen en de heiDank U wel Dat u steeds weer zorgt voor mij

 

Dank U wel Voor de wolken en de windDank U wel Voor elk mens voor ieder kindDank U wel Want U bent zo heel dichtbijDank U wel Dat U steeds weer zorgt voor mij

(Advertentie)

Welzalig de man, die niet wandeltIn de raad der goddelozenDie niet staat op de weg der zondaarsNoch zit in de kring der spottersMaar aan des Heren wetZijn welgevallen heeftEn diens wet overpeinstBij dag en bij nacht

Want hij is als een boomGeplant aan waterstromenDie zijn vrucht geeft op tijdWelks loof niet verwelkt, alles gelukt

De Heer is mijn Herder! 'k Heb al wat mij lust
Hij zal mij geleiden naar grazige weiden.
Hij voert mij al zachtkens aan waat'ren der rust.

De Heer is mijn Herder! Hij waakt voor mijn ziel.
Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen.
Hij schraagt m' als ik wankel.
Hij draagt m' als ik viel.

Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat,

Naar U, Heer, strekt zich mijn verlangen.

Mijn hart wil niets dan U ontvangen,

die leven zijt en leven laat.

O Heer, mijn ziel en zinnen smachten

en dorsten naar U in een land,

waarop de zon verzengend brandt,-

schenk Gij mijn leven nieuwe krachten.

Laat wie uw heil beminnen hier en nu
in U verheugd zijn, U ter eer
uitroepen: groot is onze HEER !
Laat wie U zoeken jubelen in U !
Al leef ik in ellende,
de Heere zal het wenden,
de Heer ziet naar mij om.
Gij die mijn helper zijt,
mijn God die mij bevrijdt,
o toef niet langer, kom !

Zoeklicht maakt lezen leuker!
Korte hoofdstukken en dyslexievriendelijk lettertype.
(Advertentie)

O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem en zie naar boven,
want ik zal mijn God nog loven.

Een arme riep in nood.

De HEERE hoorde naar zijn stem,

God, die in al zijn angsten hem

uitzicht en redding bood.

Rondom Gods knechten staat

des HEEREN engel als een wacht.

Hij weert des vijands overmacht

en redt hen van het kwaad.

Gij poorten, heft uw hoofd omhoog,
aloude deur, maak wijd uw boog,
ruim baan voor de verheven koning.
Wie is die vorst zo groot in kracht ?
Het hoofd van 's hemels legermacht !
Hij komt, Hij maakt bij ons zijn woning.

Laat, HEER, mijn gebed en mijn handen
geheven zijn, tot U gericht
als reukwerk voor uw aangezicht,
als offers die des avonds branden.

(Advertentie)

Oost noch west verleent u macht,

ook geen bergland of woestijn,

want God zelf zal rechter zijn.

Waar u ook uw hulp verwacht,

wat uw trotsheid ook beoogt:

Hij vernedert, Hij verhoogt.

Maak Hem nu tezaam / groot, verheft zijn naam.
Buig u voor Hem neer, / Hij is onze Heer,
die met macht gekroond / op de Sion troont.
Houd Hem hoog in ere! / Heilig is de Heere.

Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is 't dat zonen

van 't zelfde huis als broeders samenwonen.

Een liefdeband houdt hen tezaam.

De zegen van Gods hoog verheven naam

daalt op hen neer vol zoete tederheid,

als olie die den priester wijdt.

Gij hebt mij immers zelf gemaakt,

mij met uw vingers aangeraakt,

met toegewijde tederheid

mijn nieren en mijn hart bereid,

mij in de moederschoot geweven,

mij met uw wonderen omgeven.

Eén ding vraag ik de Heer: of ik mag wonen

bij Hem in huis, zodat Hij daar altijd

zijn liefdevolle goedheid mij kan tonen.

Daar dien ik Hem in zijn aanwezigheid.

Ik weet dat in zijn tent bij tegenslag

beschutting is en ik er schuilen mag.

Ik zing een vrolijk lied en musiceer;

met opgeheven hoofd prijs ik de Heer.

Looft de HEER uw God alom,

looft Hem in zijn heiligdom.

Looft Hem, maakt zijn naam bekend,

looft Hem in zijn firmament.

Looft de HEER om al zijn deugden.

Looft Hem om zijn sterke macht.

Looft Hem die zijn werk volbracht.

Looft de HEER met grote vreugde.

Schep in mij, God, een hart dat leeft in 't licht,

geef mij een vaste geest, die diep van binnen

zonder onzekerheid U blijft beminnen,

verwerp mij niet van voor uw aangezicht.

Ontneem mij niet uw heilge Geest, o God,

laat in uw heil mijn hart zich nu verblijden,

en richt geheel mijn wil op uw gebod,

dan zal ik zondaars op uw wegen leiden.

Geef leven aan mijn ziel, wees Gij mijn lied,

geef dat ik eeuwig U mag toebehoren.

Onthoud mij uw getuigenissen niet.

Ik was een schaap en had de weg verloren.

Zoek, HEER, uw knecht. Ik hoor wat Gij gebiedt.

Gij hebt mij immers tot uw dienst verkoren.

De steen, die door de tempelbouwers
verachtlijk was een plaats ontzegd,
werd tot verbazing der beschouwers
ten hoeksteen door God zelf gelegd.
Dit werk is door Gods alvermogen,
door 's HEREN hand alleen geschied.
Het is een wonder in onz' ogen.
Wij zien het, maar doorgronden 't niet.

Het is geen offervuur wat U behaagt,
Gij wilt, Heer, dat ik naar U hoor
en zelf ontsluit Gij mij het oor:
Gij hebt alleen gehoorzaamheid gevraagd.
Mijn God, ik draag uw wetten,
om op uw wil te letten,
gedurig bij mij om.
Het boek schrijft over mij.
Gij hoorde hoe ik zei:
O Heere, zie, ik kom 

Psalm 24 vers 4

Gij poorten, heft uw hoofd omhoog,

aloude deur, maak wijd uw boog,

laat uw verheven koning binnen.

Wie is die vorst zo groot in eer,

die sterke held ? Het is de Heer,

die alle macht kan overwinnen.

Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

De naam des Heren zij geprezen!

Hij, die getrouw is en nabij,

heeft mijn gebed niet afgewezen.

De Heer is goed geweest voor mij.

Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen!
De vijand trekt mij tegemoet.
Al wat er woelt en onrecht doet
is tegen mij, legt mij zijn lagen.
Doe redding dagen!

Ik roep tot God, de heerser van 't heelal,
de Here, die 't voor mij voleinden zal;
Hij zal zijn redding zenden, mij bevrijden
van allen die bedacht zijn op mijn val.
Zijn waarheid en zijn trouw staan mij terzijde.

Mijn ziel, hoe zijt gij zo verslagen,
mijn hart, wat kwelt gij u zozeer?
Vertrouw op 's Heren welbehagen.
Hij doet weldra de morgen dagen.
Ja, ik zal zingen tot zijn eer:
mijn redder is de Heer.

Psalm 42 vers 3

O mijn ziel, zozeer verslagen,
waarom bent u zo ontrust?
Hoop op God, uw heil zal dagen,
vind weer in zijn lof uw lust.
Ook al treft u smaad en spot,
uw verlosser is uw God.
Hoop op Hem en zie naar boven,
want ik zal mijn God nog loven.

1. Ik loof de Heer altijd.

  Steeds zingt mijn mond zijn lof, zijn eer.

  Ja, ik beroem mij op de Heer

  en prijs zijn hoog beleid.

  Gods kleinen horen mij

  en zij verheugen zich tezaam.

  Verheft met mij des Heren naam,

  zegen dien en wees blij.

5   Al wat er land of water heeft tot woning,  

het moet de mens erkennen als zijn koning;  

vogels en wild en al 't geduldig vee  

en wat er wemelt in de wijde zee.

Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
de zwaluw legt haar jongen neer
bij uw altaren in uw woning.
Laat mij bij U zo thuis zijn, HEER.
Want daar is vrede; ik begeer
bij U te zijn, mijn God en Koning!
Welzalig wie daar wonen mag,
hij zingt uw lof van dag tot dag.

Des HEREN hand is hoog verheven,
des HEREN rechterhand is sterk.
Ik zal niet sterven, ik zal leven
en zingen van des HEREN werk.
De HEER heeft mij wel zwaar geslagen,
maar niet verlaten in mijn nood,
en zijn genadig welbehagen
gaf mij niet over aan de dood.

Psalm 31 vers 12

U wilt voor hen een schuilplaats wezen,
verbergt hen in het licht
nabij uw aangezicht,
waar zij geen kwaad van bozen vrezen,
een hut waarin zij 't woelen
van twist en strijd niet voelen.

3. U laat de dwazen groeien
als onkruid dat gedijt –
om hen na korte tijd
volledig uit te roeien.
HEER, U bent hoogverheven.
Uw haters om mij heen
drijft U met kracht uiteen;
niet één van hen blijft leven.

(Advertentie)
(Advertentie)

Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,

o Heiland, die de wijnstok bent!

Uw kracht moet in mij overvloeien,

of ik ga onder in ellend'.

Doorstroom, beziel en zegen mij,

opdat ik werk-lijk vruchtbaar zij!

Ga nu heen in vrede,

ga en maak het waar,

wat wij hier beleden,

samen met elkaar.

Neem van hieruit vrede,

vrede mee naar huis,

dan is vanaf heden

Christus bij u thuis.

Ga nu heen in vrede,

Ga en maak het waar.

Hoor Israel, de Here,

enig is onze God

Hem liefhebben, Hem eren

is u het hoogst gebod!

Gij zult uw God beminnen,

Hem dienen, dag en nacht

met hart en ziel en zinnen

en met geheel uw kracht.

Als je bidt zal Hij je geven

Als je klopt aan de deur

Zal Hij opendoen

Als je zoekt dan zul je 't vinden

Halleluja

 

Halleluja, halleluja, halleluja

 

Als je de Vader vraagt om een brood

Geeft Hij je zeker nooit een steen

Al je gebeden klein of groot

heus Hij vergeet er niet één

 

Als je bidt...

 

Halleluja, halleluja, halleluja

 

Als je Mijn Vader iets wilt vragen

Vraag in Mijn naam Ik zal het doen

Ik ben met je alle dagen

Ik ben dezelfde als toen

 

Als je bidt

 

Halleluja, halleluja, halleluja

3 't Is middernacht, maar Jezus waakt,

en 't zielelijden, dat Hij smaakt,

bant uit Zijn hart de bede niet:

„Mijn Vader, dat Uw wil geschied'".

2 Roep uit de Heer der Heeren,

Als aller volken vriend!

De volken moeten leren

Wat tot hun vrede dient. (2x)

Het Woord dat vlees geworden is,

het groot en goddelijk begin,

dat loopt tussen de mensen in,

dat overwint de duisternis.

1 Neem mijn leven, laat het, Heer',

toegewijd zijn aan Uw eer.

Maak mijn uren en mijn tijd

tot Uw lof en dienst bereid.

 

2 Neem mijn handen, maak ze sterk,

trouw en vaardig tot Uw werk.

Maak dat ik mijn voeten zet

op de wegen van Uw wet.

Ere zij aan Hem, wiens liefde

ons van alle smet bevrijdt,

eer zij Hem die ons gekroond heeft,

koningen in heerlijkheid.

Halleluja, halleluja,

ere zij het Lam gewijd.

Als je bidt zal Hij je geven

Als je klopt aan de deur

Zal Hij opendoen

Als je zoekt dan zul je 't vinden

Halleluja

Halleluja, halleluja, halleluja

 

Als je de Vader vraagt om een brood

Geeft Hij je zeker nooit een steen

Al je gebeden klein of groot

Heus Hij vergeet er niet één

 

Als je bidt...

Halleluja, halleluja, halleluja

 

Als je Mijn Vader iets wilt vragen

Vraag in Mijn naam Ik zal het doen

Ik ben met je alle dagen

Ik ben dezelfde als toen

 

Als je bidt

Halleluja, halleluja, halleluja

Heer, onze God, die aard' en hemel schiep,

zeeën en land met macht te voorschijn riep.

Wat zijn wij, mensen, dat U aan ons denkt

en ons uw heerlijkheid en luister schenkt?

Ik zal blij zijn als jij blij bent,

huilen om jouw droefenis.

Al mijn leeftocht met je delen,

tot de reis ten einde is.

Eens, als de bazuinen klinken,

Uit de hoogte, links en rechts,

Duizend stemmen ons omringen,

Ja en amen wordt gezegd,

Rest er niets meer dan te zingen,

Heer, dan is uw pleit beslecht.

De Heer verschijnt te middernacht! 

Nu is nog alles stil. 

Zalig, die toch geduldig wacht 

en Hem begroeten wil.

U komt ons, Heer', in Christus tegemoet.

U geeft ons, Heer', verlossing door Zijn bloed.

U roept ons, mensen, in Uw heerlijkheid:

leven om Jezus’ wil in eeuwigheid!

1 God is getrouw, Zijn plannen falen niet,
Hij kiest de Zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet,
Laat van Zijn woorden geen ter aarde vallen.
En ’t werk der eeuwen, dat Zijn Geest omspant,
Volvoert Zijn hand.

Heer, ik kom tot U

Hoor naar mijn gebed

Vergeef mijn zonden nu

En reinig mijn hart

 

Met Uw liefde, Heer

Kom mij tegemoet

Nu ik mij tot U keer

En maak alles goed

 

Zie mij voor U staan

Zondig en onrein

O, Jezus raak mij aan

Van U wil ik zijn

 

Jezus op Uw woord

Vestig ik mijn hoop

U leeft en U verhoort

Mijn bede tot U

Vrede zij u, vrede zij u,

gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook u.

 

Blijf in mijn vrede, blijft in Mij.
Mijn woord moet in u zijn, dat maakt u vrij.


Ontvangt mijn Geest, heilige Geest.
Hij zal u leiden, weest niet bevreesd.

 

Vrede zij u, vrede zij u,

gelijk Mij de Vader zond, zend Ik ook u.